Nieuwe geluidbelastingkaarten zullen de wenkbrauwen doen fronsen. In binnenstedelijke situaties wordt het berekende geluid door wegverkeer namelijk fors lager. Het goede nieuws is dat rekenresultaten op basis van de verplichte Europese rekenmethode CNOSSOS en de nationale rekenmethode SRM meer op elkaar gaan lijken.
Nieuwe emissiegetallen voor wegverkeer hebben veel invloedIn binnenstedelijke situaties wordt het hierdoor 5 dB lager. Bij snelwegen is de invloed beperkter. Daar wordt het namelijk 1 dB hoger. Het Rijk moet regelmatig nieuwe wetenschappelijke inzichten in de wet- en regelgeving verwerken. Zo blijven rekenmethoden actueel en sluiten rekenresultaten goed aan op meetwaarden. Door Europees beleid voor de auto-industrie veranderen de emissies. Nieuwe voertuigen produceren veel minder motorgeluid. Echter zijn ze wel vaak zwaarder en hebben ze bredere banden. Dit is helaas ongunstig voor het bandengeluid, waardoor bij hoge snelheden geen afname maar een lichte toename optreedt.
Met de kennis van nu concluderen we dat de geluidbelastingkaarten over 2021 zijn berekend op basis van emissiegetallen voor wegverkeer die sterk afweken van de emissiegetallen in onze nationale rekenmethode. Dat zorgde in de praktijk voor lastig te verklaren hoge niveaus in de geluidbelastingkaarten. Gelukkig is dat probleem bij de geluidbelastingkaarten over 2026 niet meer aan de orde. Verschillen tussen rekenmethode CNOSSOS en SRM worden nu ook veel overzichtelijker.
Gemiddelde woningbezetting iets lagerAl jaren daalt het gemiddelde aantal bewoners per woning. In 2026 is het aantal 2,14; 2% lager dan in 2021. Voor de berekening van de ernstige hinder en slaapverstoring is dat relevant. Deze gezondheidseffecten dalen bij bestaande woningen dan ook met 2%, tenminste als het geluid de afgelopen vijf jaar gelijk is gebleven. Maar er komen ook altijd nieuwe woningen bij en vaak op geluidbelaste inbreidingslocaties. Dat zorgt weer voor een toename van de ernstige hinder en slaapverstoring. Per saldo wegen de effecten van de uitbreiding van de woningvoorraad waarschijnlijk zwaarder voor de meeste gemeenten.
Kwaliteit software wordt beterNaast Geomilieu kan deze keer ook QdB worden gebruikt voor berekeningen van geluid door weg- en railverkeer. QdB gebruikt het rekenhart NoiseModelling, dat wordt beheerd door het RIVM. Uitbreiding van de software is een goede zaak, want daardoor zijn er meer controles bij het implementeren van rekenmethode CNOSSOS. Dit vergroot de kwaliteit, omdat de resultaten van beide pakketten worden vergeleken in testen. Rekenresultaten moeten immers vergelijkbaar zijn. Deze controles hebben al geleid tot diverse een aanpassing in NoiseModeling en Geomilieu. Bijvoorbeeld de verbetering van de berekening van de verticale richtwerking voor spoorweggeluid. Door andere software of verbeteringen in bestaande software kunnen bij vergelijking van de oude en nieuwe geluidbelastingkaarten ook verschillen ontstaan. Het is raadzaam om hiermee rekening te houden in analyses.